Terug naar overzicht

Stappen Netwerkintake

Stap 1: Inventarisatie van belemmerende en helpende thema's

Als voorbereiding hang je een groot vel papier op en schrijft de naam van het kind in het midden. Het gesprek start met vragen als: wie ben jij, wat is je verhaal, wat speelt er in je leven? 

Luisteren en aantekeningen maken

Tijdens het verhaal noteer je alle thema’s die kind en/ouders aanhalen in cirkels in de tekening (zie als voorbeeld figuur 1). Denk daarbij aan belangrijke gebeurtenissen of relaties, familie, vrienden, maar ook eerdere hulpverlening kan aan bod komen, ervaringen thuis, op school, op het werk, hobby’s of religie. Ook tegenslag als verlies, trauma, schuld of schaamte kunnen een rol spelen, net als levensstijl, mentale of fysieke klachten en eventueel eerder gestelde diagnoses kunnen worden genoemd. Door de thema’s ter plekke in een cirkel om het kind te plaatsen, visualiseer je wat van invloed is (geweest), zowel positief als negatief. Het verwerken van de informatie in een rapportage is daarbij niet nodig.

Check op volledigheid van de tekening bij de persoon

Als het (levens)verhaal is verteld, ga je na of de tekening compleet is of dat er nog thema’s niet besproken zijn die wel invloed zijn op de persoon (niet persé op de klachten). Als de thema's als school/werk, wonen, familie, vrienden, levensstijl (slapen, social media, middelengebruik), hobby’s nog niet spontaan aan de orde zijn geweest, kunnen deze onderwerpen actief genoemd worden als voorbeelden. Zo stimuleer je iemand om een zo compleet mogelijke inventarisatie te maken van zaken die misschien niet direct aan de klachten worden gekoppeld, maar wel impact hebben (gehad) op het (gezins) leven.

Stap 2: Gewenste verandering en haalbaarheid bepalen

Vaststellen van de invloed van de thema's

Vervolgens bepaal je samen bij ieder los thema of de invloed hiervan positief (+), negatief (-) of neutraal (=) is op de persoon. Per thema voeg je in de tekening een waarde toe (++, +, =, -, --). Ook kunnen de thema's onderling verbonden worden als ze elkaar beïnvloeden (bijvoorbeeld problemen op school en pesten). Zie figuur 2 als voorbeeld. Ook hier is het belangrijk om steeds te checken of de tekening nog klopt. Als het beeld van kind en ouders verschilt en dit relevant is, kun je dat ook intekenen.

Vaststellen op welke thema's verandering gewenst is.

Dan ga je samen na op welke thema’s verandering gewenst is. Positieve scores kunnen nog sterker worden gemaakt, neutrale elementen kun je proberen om te buigen naar positief en negatieve thema’s kun je proberen neutraal of zelfs positief te maken. Hierbij weeg je de wenselijkheid en haalbaarheid in. Het is belangrijk om vooraf uit te leggen dat het uitgangspunt is dat het kind zelf aangeeft wat belangrijk is, ouders kunnen daar op aanvullen. Bij jonge kinderen is de rol van de ouders vaak groter. De gewenste veranderingen worden vertaald in concrete persoonlijke doelen.

Stap 3: Bepalen wie wat gaat doen

In deze stap verdeel je in samenspraak de taken. De eerste vraag daarbij is altijd wat het kind en ouders zelf kunnen doen in de gewenste veranderingen. Deze punten noteer je in een actielijst. Vervolgens bespreek je of er mensen zijn in de nabije persoonlijke kring (familie, vrienden of een mentor op school) die kunnen helpen. De derde vraag is waarvoor aanvullend nog professionele hulp nodig is. Dit kan variëren van een huisarts, sociaal werker, psycholoog of psychiater. Alle mensen die nodig zijn, worden in het hulpnetwerk om de problemen heen geplaatst. Het netwerk kan steeds weer op- of afgeschaald worden, dus kan ook gefaseerd ontstaan.

Verbinden van het netwerk

De volgende stap is om het netwerk van ondersteuning met elkaar te verbinden, zodat zij met elkaar kunnen communiceren en evalueren.